Tafeltennis als sport

In Duitsland werd het tafeltennis uitgebouwd tot een echte sport. De eerste twee internationale kampioenschappen vonden er plaats. Rond 1925 werden nationale bonden gevormd. Standaardisatie van de regels begon, zowel in Europa als in het verre oosten. In 1926 werd in Berlijn de ITTF (International Table Tennis Federation) opgericht met als leden, Denemarken, Duitsland, Engeland, Hongarije, India, Oostenrijk, Tsjecho-Slowakije, Wales en Zweden. Later dat jaar werd de USA ook lid. Sommige veranderingen - verlagen van het net, een tijdsregel tegen onaantrekkelijke wedstrijden tussen verdedigende spelers en regels ter voorkoming van extra voordeel voor de serveerder - werden na 1930 geïntroduceerd. In het seizoen 1931/1932 bepaalde de ITTF, dat er geen onderscheid meer gemaakt mag worden tussen profs en amateurs. Er zijn alleen nog maar 'spelers'. Vanaf ca. 1930 tot 1950 was tafeltennis verboden in de voormalige Sovjet-Unie omdat het spel als onveilig voor de ogen werd beschouwd. In 1936 (nog voor invoering van de tijdsregel) kwam de langste rally tot stand die bij tafeltennis ooit plaatsvond. Bij de WK in Praag werd 2 uur lang gestreden om 1 punt! Tevens werd toen door 2 andere spelers de langste partij ooit gespeeld. Na 7 uur werd de partij in de 5e game afgebroken! Hierna werd de tijdsregel ingevoerd. In de jaren 50 was er in de tafeltenniswereld veel ophef over het gebruik van sponsrubber. In 1952 verraste de Japanner Satoh met zijn nieuwe rubber iedereen en werd onbedreigd wereldkampioen. De dikte van het rubber zorgde voor een soort katapulteffect, waardoor er enorme snelheden aan de bal werden gegeven. In defensief opzicht hoefde men alleen de bal tegen te houden, zo groot was de veerkracht. Deze revolutie noopte de Oostenrijkse bond tot het voorstel om twee internationale federaties op te richtten, één voor sponsspelers en één voor de rest. In 1959 volgde de ITTF het besluit van veel nationale bonden, en verbood het sponsrubber.

In 1957 was de ITTF zodanig gegroeid, dat besloten werd om continentale bonden op te richten - De Europese Tafeltennisbond ontstond; deze naam werd later veranderd in de ETTU (Europese Tafeltennis Unie). In 1961 werd de tijdsregel gewijzigd tot een 'versnellingsregel': na 15 minuten spelen moeten alle volgende punten binnen een serie van 12 slagen behaald worden... In 1971 was de USA tafeltennisdelegatie op bezoek in China, voorpaginanieuws onder de kop "Pingpong diplomatie". Het uitstapje creëerde niet alleen grotere bewustwording voor de sport maar plaveide ook de weg voor betere diplomatieke verhoudingen tussen de Verenigde Staten en China. Gedurende de jaren na 1960, ontwikkelde tafeltennis zich tot een wereldwijde sport, beoefend door zo'n 40-miljoen spelers in competitieverband en door ontelbaar veel meer spelers die het spel wat minder serieus spelen. Het spel is in essentie niet veranderd sinds de beginjaren, maar is echter wel sneller, subtieler en veeleisender geworden - zelfs in vergelijk met maar twintig jaar geleden. Vanaf 1960 begon China de Wereld Kampioenschappen te domineren. Dit duurde tot 1980, toen tafeltennis in de Olympische Spelen werd geïntroduceerd. Vandaag de dag zijn Europeanen de hoogst gerangschikte spelers bij de mannen; bij de vrouwen domineren de Aziatische landen. Vorig jaar, in 2000, werden de ballen van 38 mm omtrek op 40 mm gebracht. Dit moest de snelheid enigszins afremmen en gelijk de rotatie op de bal verhogen. En sinds 2001 wordt een match naar 3 winnende sets van 11 punten, in plaats van naar 2 winnende sets van 21 punten gespeeld.


Bronnen:

Terug